Duurzame steden: De wortel, de hoepel en de zweep.

Het is alweer bijna 30 jaar geleden dat Pieter Winsemius zijn boek Gast in Eigen Huis uitbracht. Dit spraakmakende boek, dat ten grondslag lag aan het 1e Nationaal Milieubeleidsplan, biedt nog steeds aardige gespreksstof voor beleidsmakers die nadenken over hoe ze hun steden mooi en duurzaam kunnen maken. In de jaren ’80 was er volop discussie over hoe de overheid om moest gaan met bedrijven en burgers om ze mee te krijgen met een nieuwe en innovatief milieubeleid. Toenmalig minister  van VROM Winsemius maakt hierbij een opdeling in drie: de wortel bestaand uit financiële prikkels zoals subsidies en fiscale voordelen, de zweep, bestaand uit wet- en regelgeving en sancties op gedrag dat niet voldoet aan de regelsen de hoepel, waar bedrijven en burgers dankzij de wortel en de zweep door heen gaan springen. Aan deze metafoor moest ik denken toen ik begin mei in Kuala Lumpur en Singapore was. Ontegenzeggelijk twee wereldsteden, maar beiden met een geheel verschillend ontwikkelingsmodel, een verschillende aansturing en als gevolg daarvan een volstrekt verschillende belevingswaarde.

Kuala Lumpur is voorgoed op de kaart gezet door de Petronas Towers, een prachtig kunststukje architectuur  van Cesar Pelli van bijna 350.000 m2. Los van dit indrukwekkende gebouw is de stad op marco en meso niveau vooral een wirwar van snelwegen, waar op ieder moment van de dag een file kan ontstaan. Er wordt hard gewerkt aan 50 kilometer metrolijn. De inwoners van de stad hopen van harte dat al die losse delen die apart ontwikkeld worden straks allemaal op elkaar gaan aansluiten.

Afbeelding

Foto: Petronas Towers, hét beeldmerk van Kuala Lumpur

Van de koloniale Engelse tijd is niet veel meer over. Her en der in staan in het centrale district nog wat religieuze gebouwen en overheidsgebouwen uit deze tijd. Natuurlijk ook het cricketveld met clubhuis, als een oase van rust in deze chaotische stad. De stad heeft besloten om op strategische plekken boven de grond overdekte wandelpromenades aan te leggen, die belangrijke gebouwen en shopping malls met elkaar verbinden. Dit omdat de voetgangers niet veilig kunnen oversteken. In deze malls speelt ook het uitgangsleven zich voor een groot deel af. Grote food plaza’s en horecastraten, waar locals en expats alles vinden wat ze nodig hebben.

Zwerfvuil zie je, net als in veel andere grote steden, overal. De grootste schok voor mij kwam toen we na een grote regenbui over een brug liepen en naar de plek in de rivier keken die de oorsprong moest vormen van de stad, die letterlijk iets als ‘modderige samenloop van rivieren betekent’. Deze samenloop bleek na deze regenbui echter niet alleen modderig te zijn, maar vooral erg vies. Het stonk er zwaar naar riool en een niet aflatende stroom van plastic, flessen en ander afval stroomde door de rivier.

Op 3 uur rijden bevindt zich Singapore, de stadstaat die zich in het midden van de vorige eeuw heeft afgescheiden van Maleisië. In Singapore is door de toenmalige leiders sterk ingezet op havenontwikkeling en handel, wat onder meer heeft geleid tot één van de grootste, zo niet de grootste, haven ter wereld. Singapore is klein van stuk. Op een oppervlakte van 700 km2, waarvan ongeveer 150 km2 de laatste tientallen jaren aangewonnen uit de zee, heeft zich een waar wonder voltrokken. Er wonen 5 miljoen mensen, maar desalniettemin heb ik in de dagen dat ik er was niet in de file gestaan. Mede dankzij een uitstekend metronetwerk is iedereen in staat om zich snel binnen de stad te bewegen op een duurzame manier. De gebouwen zijn van hoogwaardige kwaliteit en zijn grotendeels tijdloos ontworpen. Iedereen kent de plaatjes met de oude bebouwing uit de Engelse tijd met daarachter een indrukwekkende skyline van gebouwen die vooral bevolkt worden door de internationale bankensector.

Net zo indrukwekkend vind ik echter de wijken die buiten de stad zijn gelegen. Duizenden hoogbouwappartementen die ieder een kwaliteit en architectuur hebben die op de Kop van Zuid op z’n zachtst gezegd niet zou misstaan.  En dit alles in een setting van goede ruime wegen, groene bermen en veel stadsgroen. Alles keurig verzorgd, zelfs bij een gemiddelde dagtemperatuur van 35 graden.  De bijna dagelijkse regenbui helpt daar natuurlijk bij.

Afbeelding

Foto: Balans tussen oud en nieuw in Singapore

Ook in het centrum een veel betere nagedachtenis aan de oude Engelse architectuur. De oude wijken, toentertijd door Sir Thomas Raffles onderverdeeld in een wijk voor de Chinezen, de Maleiers en de Arabieren en Indiërs, zijn in ere hersteld. Bewoners die de renovatie niet konden betalen werden uitgekocht. De binnenstad heeft ondanks de vele hoge gebouwen een spannende en leefbare uitstraling gekregen waarbij de oude wijken en gebouwen op bijna alle plekken in harmonie met de hoogbouw zijn. Deze harmonie wordt versterkt door het groen dat tussen, naast en in de gebouwen is gerealiseerd. Niet te vergeten ook hier een cricketveld met  enkele overheidsgebouwen en kerken, wederom in een groene setting.

Afbeelding

Foto: Groen in stad in Singapore

Het meest opvallende was echter nog het afval op straat, of beter gezegd, het ontbreken van afval. Dagenlang geen papiertje of bekertje op straat zien rondzwerven. En in de binnenhaven  in het centrum voer permanent een bootje rond die de laatste blaadjes uit het water schepte om de aanblik extra mooi te maken. Singapore heeft een streng systeem voor vervuilers. Het op straat gooien van een papiertje of stukje kauwgom kost als snel vele honderden dollars.  Hier doet duidelijk een ander begrip uit de tijd van Winsemius opgeld: De vervuiler betaalt!

Terug in Nederland heb ik met verschillende mensen over de grote verschillen tussen deze twee steden gediscussieerd. Twee steden die weliswaar qua bevolkingssamenstelling  en cultuur van elkaar verschillen, maar toch zo nauw aan elkaar verwant en verbonden zijn. Over enkele jaren ligt er zelfs een hogesnelheidslijn waardoor je in minder dan twee uur van stad naar stad kan. Iedereen met wie ik mijn verwondering deelde onderkent de verschillen, maar kwam ook direct met de verhalen over de hoge boetes, dus eigenlijk was het niet helemaal eerlijk. Singapore speelt vals! Als wij zulke hoge boetes hadden dan gooiden wij ook niets op straat!

Als je over deze redenatie nadenkt komt hopelijk het belachelijke ervan naar boven. Blijkbaar past zo’n regime niet in Nederland, waar we door alle gepolder en vrijheid niet houden van een overheid die duurzaamheid en stedelijke kwaliteit met de zweep afdwingt. Dat zou eigenlijk ook niet nodig hoeven zijn. Ieder weldenkend mens is zuinig op zijn stad, gooit niets op straat, dus heeft ook geen last van boetes als die hoog zouden zijn. Deze indruk kreeg ik ook in Singapore. Winsemius zei eind jaren ‘80 dat het toch het mooist is wanneer de mensen ‘zingend door de hoepel’ gaan. Voor mij lijkt Singapore hiervan het levende voorbeeld.

Natuurlijk vertekent het beeld wel als je maar kort een stad bezoekt. Toch maakt Singapore duidelijk dat je met beleid en visie over waar je met een stad heen wil, de toekomst van de stad kan sturen. De stad is maakbaar. Dat is goed nieuws voor al die steden die duurzaamheid en CO2 neutraliteit hoog op de agenda hebben. Het kan allemaal: goed openbaar vervoer, veel groen, duurzame opwekking van energie en leefbaarheid. Als je maar wil, een helder doel voor ogen hebt, vastberaden bent en de hoepel op de goede hoogte houdt. Dan heb je kans dat de maatschappij er keurig door heen springt.

Advertenties

Tags: , ,

About leefbarestad

4thecity.nl

Trackbacks / Pingbacks

  1. Dossier duurzaam | Sara Van der Speeten - 19 februari 2016

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: